EXPO FRED BERVOETS
Tentoonstelling van 12 februari t.e.m. 25 maart 2012
Dagelijks te bezichtigen van 14 tot 20u.


De aanleiding van deze tentoonstelling is de samenwerking tussen Fred & Axl Peleman. Peleman raakte in de ban door oude, bijna vergeten Antwerpse volksliederen. De teksten werden gepubliceerd in het knappe boek ‘Volksliekes’ en wie anders zou de illustraties beter kunnen verzorgen dan volksmens Fred Bervoets. Bervoets maakte een tiental nieuwe schilderijen in zijn gekende, directe en kleurrijke stijl. Daarnaast bleken ook een aantal bestaande werken wonderwel samen te gaan met de vrolijke en vaak bizarre liedteksten. In deze expo krijgt u niet alleen deze nieuwe werken te zien maar ook ouder werk van Fred dat geïnspireerd is door het volksleven.

Bervoets werd geboren in 1942 [Zwijndrecht / Burcht] en behoort tot de top van de Belgische schilder-, teken- en grafische kunst. Hij is de man van het schildersgebaar, zeer direct, automatisch, vaak bruut en altijd met een verhaal. Taboes zijn niet aan hem besteed. Met een zeldzame mix van chaos en orde creëert hij beeldende taferelen die vaak aanvoelen als kindertekeningen. Eind jaren ’90 presenteerde MUZE trouwens de reeks ‘Nachtoefeningen’ die hij maakte met zijn dochter Sara. Bervoets werkt en denkt vaak in reeksen. Denk bijvoorbeeld aan De Cobra’s, De Totems en de Kasten, Welcome Home, Nevada, Wounded Knee, De Witten, De Spaghetti’s, Pon Recce & Jeugdherinneringen.

Bervoets werkt al sedert 1969 samen met galerie De Zwarte Panter in de Antwerpse Hoogstraat. Begin dit jaar presenteerde hij daar het project ‘Neighbours’ met schitterende portretten. Een mooi citaat over deze expo is trouwens van toepassing op zijn gehele oeuvre : “Bervoets’ taal is, zoals gebruikelijk, zeer direct en kent geen franjes. Hij wil de kijker meenemen op de avonturentocht van verf en kleur, van kracht en beweging, waarin elk detail spreekt, van belang is, een eigen leven leidt. Niet alleen voor de thematiek maar ook voor de plasticiteit van het werk.” [Inge Braeckman]

www.dezwartepanter.com

Bespreking door Joannes Késenne, docent PHL, kunstcriticus:
Het is niet de eerste keer dat werk van Fred Bervoets hier in CC Heusden-Zolder te zien is. In 1999 toonde hij reeds de reeks Nachtoefeningen. Het waren 80 etsen met blauwe inkt op plaat: felle kleuren in gouache van 100 x70 cm. Zijn dochtertje, toen toen negen jaar oud, had de werken met viltstiften ingekleurd.
Vandaag serveert het CC een selectie uit de productie van de laatste vijftien jaar. In de monografie “Fred Bervoets. Prentwerk” trekt Johan Pas al de registers open van zijn oeuvre. We kunnen de even volkse als krolse beeldtaal van Bervoets situeren in de rijke Vlaamse traditie die een spoor trekt van Brueghel naar Ensor. Voeg daar nog eens de inspirerende naïviteit van de Cobra-beweging aan toe, en we herkennen de eenvoud waarmee Bervoets’ figuurtjes vertellen over plezier en pijn, over lust en onlust, over chaos en geluk. De kunstenaar stond in de jaren zestig op de barricades met Hugo Heyrman en Panamarenko. Hij maakte deel uit van de angry young men die in Galerie De Zwarte Panter grote sier maakten: Jan Cox, Hugo Claus, Jan Decleir, Ferre Grignard, Wannes Vandevelde. In die zin is hij een artist’s artist. Actuele kunstenaars als Kati Heck, Nick Andrews of Koen Vandebroek erkennen in hem hun meester. Deze Antwerpse dwarskop profileert zich als een loner, een Einselgänger binnen het hedendaagse kunstenlandschap. Het recente nummer van het tijdschrift “Rekto Verso” heeft als thema “Not done”. Geboden en Verboden in de kunst”. Men kan zich er wel iets bij voorstellen hoe de weerbarstige expressiviteit van Fred de regelneven van de artworld tegen de haren instrijkt.
Bervoets’ oeuvre maakte een hobbelige ontwikkeling door, maar hij heeft een consequente weg bewandelt. In den beginne waren er de spaghetti-schilderijen. Een belangrijke stap was zijn expositie in ’81 in de kapel van De Zwarte Panter: een hommage aan de pas overleden Jan Cox. In de jaren ’80 vervoegde zijn werk de stijl van de Neue Wilden in Duitsland en de Transavanguardia in Italië. Erkenning genoot zijn werk op de spraakmakende tentoonstelling Open Mind van Jan Hoet te Gent in ’89. Vergeten we ook niet dat hij in ’94 samen tentoonstelde met de graffiti-kunstenaar Jean-Marie Basquiat. Tegelijkertijd met de presentatie hier in CC Heussen-Zolder stelt hij in zijn zeventigste levensjaar recent werk tentoon in De Zwarte Panter tot 26 februari 2012.
Een paar woorden over zijn techniek mag hier niet ontbreken. Het is werk dat tussen schilderkunst en grafiek zweeft. In de “Welcome Home etsen” uit 1991 zien we die directe etstechniek opduiken. Tijdens zijn werkproces ontdekt hij plots hoe de zinkplaat reageert: er is een lichte opzwelling te zien waar zuur ingebeten is, er ontstaat een poreus reliëf dat inkt vasthoudt. Hij zal water aan zuur toevoegen en bekomt zo tussentonen. Het zwart bekomt hij door met krabstaal en een electrische boor in de plaat [drogenaaldtechniek] te kretsen, het wit door met was of bitumen af te dekken. De kunstenaar zelf noemt het “schilderen met zuur”. Of: “I am not a painter, I’m a print maker”. Het is een lijfelijk proces van krassen, bijten, afdrukken, assembleren ... Op het eerste zicht lijkt het vrij geïmproviseer, maar Bervoets benadrukt: “Er is geen vrijheid zonder discipline”. Zijn stijl kan men omschrijven als narratief, autobiografisch, expressionistisch, soms barok en een voorkeur voor horror vacui. Er heerst spanning tussen het grote schildersgebaar en het verhalende aspect. Bijna altijd verschijnt hijzelf in beeld. Deze zelfportrettering is vooral “getekend” in de twee betekenissen van het woord: er is vooreerst de geniale tekenkunst van de graficus in hem, maar op een tweede niveau is zijn werk “getekend” door het leven: een miserabilisme waarin lijden en humor met elkaar in evenwicht zijn. Bervoets bevestigt: “Alles gaat terug op signs, tekens op ondergrond”. We begrijpen iets van zijn iconografie wanneer we hem horen zeggen: “Alles wat ik schilder is echt gebeurd”. Kijk hoe hij met gemak een huiselijke sfeer in beeld brengt: hond, vrouw en kind, kerstboom. Of in het werk “Visvangst”: de man keert met vis in de hand terug naar huis en staat aan de deur terwijl vrouwlief lustig pannekoeken bakt. Het thuiskomen zien we wel vaker: hij komt dronken thuis, loopt de trap op waar bovenaan zijn boze vrouw hem opwacht met de deegrol. Soms werpt ze hem een stofzuiger naar zijn kop terwijl hij wegloopt. Zijn geliefkoosde hobby is boogschieten. En zo zien we vaak pijl en boog verschijnen. Maar er zijn ook konijnen, paarden, dolken, pijpen, rozenkransen, flessen, wandelstokken en kruisen. Zijn jeugdherinneringen als soldaat hebben zich in het geheugen gegriefd. Wanneer Fred op reis vertrekt met zijn geliefde zien we een gevangenisraampje op de achtergrond. Niet meteen om vrolijk van te worden. Of wat te denken van een ontroerende nieuwjaarsbrief die de kunstenaar voorleest. Ook de kunstmarkt zelf blijft niet buiten schot in “Marchand”: Pink Panter, Brutus en Popeye komen onze verbeelding binnengewaaid. Er verschijnt een beeld in een beeld bij het ontwaren van de innerlijke wereld van de galeriehouder. Gewaagd en guitig tegelijkertijd blijft zijn voorstellingswijze van de vrouw: vaak zie je haar in de vorm van een fallus. Zo kunnen we ook begrijpen wat de kunstenaar bedoelt, wanneer hij zegt: “Het moet meer Museum dr. Guislain zijn”.